OASE
01.12.2017 — 17:09

Waarin CQ boos en verdrietig is om de groene longen van Amsterdam.

ZEN EN DE KUNST VAN HET SCHOFFELEN
24.04.2017 — 14:00

Waarin CQ de merites onderzoekt van een onkruidbrander.

DERTIEN
05.04.2017 — 17:02

Waarin CQ leert loslaten – en hoe het is om te worden losgelaten (alvast een beetje)

TOON MEER BERICHTEN
OASE
01.12.2017 — 17:09

“I once had a farm in Africa.” Denk er de gekwelde toon en het Deense accent van Meryl Streep in de film Out of Africa bij en je hebt een redelijk idee van hoe ik me voelde op de tribune van de Amsterdamse gemeenteraad op een novemberavond kortgeleden. Een koude rilling ging door me heen na de fatale woorden van de wethouder. En ik dacht: “Ik had ooit een tuin op Vredelust.”

Had. Ooit. Vredelust.

Het was een oktobermiddag 2015 toen W.D. thuiskwam met de mededeling: “Ik weet iets waarmee ik jou heel erg blij kan maken.” Dat iets was zijn ontdekking van Nieuw Vredelust, een tuinpark waarvan wij nog niet eerder hadden gehoord en, met sporadische ritjes naar IKEA maar verder eigenlijk nooit naar de Arena-polder, het bestaan nooit hadden vermoed. Maar W.D. had de Zoon opgehaald, die bij zijn beste vriendje aan het spelen was en wiens vader en diens vriendin een tuin hebben op Nieuw Vredelust. En zo was hij nietsvermoedend een klein paradijs binnengegaan. Een paradijs waar, ook nog eens, huisjes te koop stonden.

Een tuinhuisje, het was altijd een droom geweest waar we ons zelf van afgepraat hadden. Want: geen klussers, geen groene vingers. Plus die wachtlijsten waar iedereen het altijd over had. Maar gauw lid van de Bond van Volkstuinders geworden, aangemeld op Nieuw Vredelust, mail gestuurd aan Het Bestuur of we alstublieft al was het seizoen afgelopen mochten komen kijken. Dat was een vrijdag. Maandag zagen we het huisje waarvan de mevrouw van Het Bestuur meteen toen ze ons zag wist dat dát het zou worden. Een wit, verwaarloosd houten huisje, in een door bramen overgroeid sprookjesbos.

Die bramen, zeiden andere tuinders van Nieuw Vredelust, heb jij díe tuin? Och, och, och. Pas later wist ik waarom, toen ik besefte hoe die bramen jarenlang ongebreideld hadden kunnen verstikken en ik een maandenlange strijd aanging, tot bloedens toe, om ze tot uit hoog in de bomen neer te kappen. Dat sprookjesbos, daar was ook nog wel een dingetje mee; door eerdere tuinders bleek onder de grond een enorme afvalberg begraven, van plastic speelgoed, tuingereedschap, koelboxen vol gebroken glas, kapotte meubelen tot sloophout.

Het is nu iets meer dan twee jaar later. Het houten krotje is een semi-Bretons vakantiehuis geworden, vers wit geschilderd, kozijnen gerestaureerd. Het verzakte schuurtje is opgekrikt volgens de regelen des tuins. Want klusser, dat ben ik vanzelf geworden. Gewoon door te doen, veel viel er niet te verkloten. De tuin heeft gebloeid, van de kruiden en zelfgevlochten strengen knoflook gaan we de hele winter plezier hebben. Want tuinder, dat ben ik ook geworden. Niet vanzelf, maar met liefdevolle begeleiding van andere tuinders. En door de acht verplichte werkbeurten per seizoen, van schoffelen tot snoeien tot bladharken in de gezamenlijke delen van de tuin.

Nieuw Vredelust, mijn nieuwe liefde.

En dan zegt de wethouder: Nieuw Vredelust moet eind 2019 worden ontruimd. Nieuw Vredelust wordt platgebulldozerd. Geen vervangende locatie, en we moeten nog maar eens zien of compensatie ‘haalbaar en billijk’ is. Een paar dagen later een ronkend persbericht: ‘Samenwerkingsovereenkomst De Nieuwe Kern ondertekend.’ Voor woningen in Ouder-Amstel, maar ook: bedrijven, hotels, parkeerplaatsen en sportvelden voor Ajax. De ondertekenaars: gemeente Ouder-Amstel, gemeente Amsterdam, NS Stations, AFC Ajax en Borchland/VolkerWessels Vastgoed.

Dat Vredelust en de andere tuinparken in Duivendrecht ooit wellicht zouden moeten verdwijnen  voor woningbouw was bekend, maar dat waren ontwikkelingen voor ver weg. Maar dit, nu al? Bulldozeren in 2020? Sommige tuinders hebben hun huisje nog niet eens afgebouwd. En waarom allemaal zo rücksichtslos? Heeft die nieuwe wijk geen groen nodig dan? En wat al die praat over de groene longen die Amsterdam zo hard nodig heeft? En waar moeten die uilen heen die in onze bomen huizen? Al die andere vogels en dieren?

Die tuinders, is het beeld wat door de ondertekenaars wordt geschetst, zijn egoïstische profiteurs die geen oog hebben voor anderen en stiekem een stuk kostbare grond bezet houden. Zoals de ondertekenaars geen oog willen hebben voor het vrijwilligerswerk dat er wordt gedaan voor het onderhoud van openbare ruimte, verdoezelen ze de zakelijke belangen. Want het is natuurlijk wel heel handig dat deze Amsterdamse grond valt onder de gemeente Ouder-Amstel – daar geldt die vermaledijde hotelstop niet.

Maar die tuinders zijn, van jong tot oud, altijd aan het werk om het groen nog groener, het park nog mooier te maken. Die tuinders vormen verenigingen met een sociale functie en verbinden oud-Mokum tot en met nieuwere Nederlanders. Die tuinders willen in ieder geval worden gehoord als het gaat om de bouw van een nieuwe wijk met nieuwe faciliteiten. Zij hebben die nieuwe wijk iets te bieden, dat niet zonder meer mag worden weggewuifd.

I once had a tuin op Vredelust? Ik kan me er niet bij neerleggen, niet zo. Niet met valse politieke spelletjes waarbij de tuinders heen en weer worden gepingpongd tussen Ouder- Amstel en Amsterdam en er ook nog eens uitbreiding van Schiphol in het geding is. Wat zo mooi was aan ‘mijn’ tuin – nee, niet ‘mijn’, mijn: want al huur ik de grond, het huisje en de bomen en planten zijn mijn eigendom en mijn investering en dus mijn euro’s, hoezo moet onderzocht worden of compensatie ‘billijk’ is - was de rust die er ondanks het vele werk in mijn hoofd kwam zodra ik op Nieuw Vredelust was.

Die rust is nu verstoord, we zijn nog niet weg maar alles is anders.

In 2007 verscheen het boek Tuin in de branding, een coming-out van schrijvers  als Adriaan van Dis, Maarten ‘t Hart en K. Schippers die jarenlang vanuit tuin 52 onder pseudoniem over Nieuw Vredelust hadden gedicht en geschreven. Eigenares van tuin 52 was Lien Heyting. Uit haar voorwoord: ‘Nieuw Vredelust, het cmplex dat in dit boek zo lyrisch wordt beschreven, telt ruim honderd tuinen met hun karakteristieke houten tuinhuisjes. In 1986 kozen we juist hier een tuin uit omdat we hadden gehoord dat dit een iets anarchistischer tuinpark was dan de andere. Het leek inderdaad een beetje slordiger, de hagen stonden niet allemaal even keurig geknipt in het gelid en ook werd er wel eens een polletje onkruid op de gemeenschappelijke paden gedoogd. Samen met drie andere volkstuincomplexen - De federatie, Dijkzicht en Ons Lustoord - igt Nieuw Vredelust in de Groot-Duivendrechtse Polder. In de jaren dat ik er mijn tuin had, werd het voortdurend met opheffing bedreigd. Om de vier tuincomplexen, die vroeger door weilanden waren omringd, rukte aan alle kanten de bebouwing op.’

Af en toe kwam ze er nog wel, schreef Heyting in 2006. ‘Al is er van alles veranderd en ligt het complex nu dichter bij de bebouwde wereld, het ligt er nog altijd heel ver vandaan. Wie door het hek loopt, vergeet de maatschappij met haar opinies en debatten en belandt, al is het maar voor even, in een kleine, stille oase.’ Beter kan ik het niet verwoorden. Want is dit niet wat we nodig hebben in pretpark Amsterdam?